Student Joost in Voorhof
Student Joost in Voorhof Foto: Floor Fortunati

Voorhofse jongeren geven afstudeerder nieuwe kijk op de wijk

Algemeen

Iedere donderdagavond vind je de 24-jarige student Stedenbouwkunde Joost Bastiaansen in jongerencentrum The Mall in Voorhof. Hij drinkt geen biertjes met zijn mede-studenten, maar speelt een potje pool met de jongeren uit de wijk. Ondertussen vertellen ze hem over hun favoriete plekken in Voorhof, die meestal op straat zijn. Waardevolle informatie voor de afstudeerder, die onderzoekt hoe de manier van bouwen en de indeling van een wijk invloed heeft op het gedrag van jongeren.


Joost is zelf opgegroeid in een rijtjeshuis in Etten-Leur. Heel standaard, met een achtertuin, zoals hij zelf zegt. Hij ging bouwkunde studeren om architect te worden, maar merkte tijdens zijn bachelor al dat zijn interesse ergens anders lag. “Ik ben geïnteresseerd in hoe de manier van bouwen van een wijk het gedrag van mensen beïnvloedt. Door simpele veranderingen, zoals het plaatsen van bankjes op de juiste plekken, kan het gedrag van bewoners veranderen. Daar gaat mijn afstudeeronderzoek over.”

De galerij als achtertuin 

Hij wilde iets ontwerpen voor jongeren en kwam via WIJStad in contact met jongerencentrum The Mall. “Het is echt fantastisch dat ik hier zoveel mag zijn. De jongeren geven een schat aan informatie die je nergens anders vindt.” De student moest wel even het ijs breken. “Ook al woon ik zeven jaar in Voorhof, ik ben toch een vreemde en de jongeren wisten niet zo goed wat ze van me moesten vinden. Uit gesprekken bleek ook dat ik mijn eigen gedachten over het onderzoek moest bijstellen. Ik was benieuwd hoe de jongeren het opgroeien zonder achtertuin ervaren, maar dit bleek helemaal geen issue. Volgens de jongeren hebben ze namelijk wel een achtertuin: de stukken gras tussen de flats en de galerijen, waar ze hun vrienden ontmoeten. Ik kwam er toen achter dat opgroeien in een rijtjeshuis met achtertuin helemaal niet zo standaard is. De jongeren hebben me echt andere inzichten gegeven.” 

Geen ‘hangjongeren’ voor Joost

De meeste jongeren in Voorhof ontmoeten elkaar rondom winkelcentrum De Hoven. Hangjongeren, noemen veel mensen ze, maar dat woord wil Joost niet gebruiken. “Het heeft zo’n negatieve klank, terwijl de thuissituatie van de jongeren hen vaak dwingt om naar buiten te gaan. Ik heb door de gesprekken met de jongeren veel meer begrip voor hun situatie gekregen. Als je heel klein woont en je slaapkamer moet delen, heb je weinig privacy. Als je rust of privacy zoekt, ga je naar de openbare ruimte. Wat door anderen snel wordt ervaren als overlast.” 

“Als iedereen zegt dat je vervelend bent, ga je je ook zo gedragen.”

Recht op de straat

Joost erkent dat er ook echt problemen zijn, maar ziet ook de vicieuze cirkel. “Groepen jongeren op straat worden vaak sneller benaderd door de politie, wat invloed heeft op hun zelfbeeld en op hoe ze zichzelf ontwikkelen. Als iedereen tegen je zegt dat je vervelend bent, ga je je ook zo gedragen. Op de Papsouwselaan gold rondom Oud en Nieuw bijvoorbeeld een samenscholingsverbod. Er mochten niet meer dan twee jongeren tegelijk over straat. Dat was logisch, want er waren veel ongeregeldheden, maar tegelijkertijd is het de vraag of het helpt. Jongeren negeren het verbod, of ze gaan ergens anders naartoe. Zij hebben tenslotte net zoveel recht om op straat te zijn als iedereen.” 

Nieuwe plekken in de wijk

Het afstudeeronderzoek van Joost richt zich op wat wel mogelijk is in de wijk. “Ik vraag de jongeren naar hun favoriete plekken en ga er dan naartoe om foto’s te maken. Uiteindelijk wil ik een overzicht maken van de overeenkomsten tussen deze plekken. Ik ben nog niet zo ver met het onderzoek, maar denk aan afdakjes, bankjes, winkels in de buurt; wat maakt een plek onbewust aantrekkelijk voor jongeren?” Met die gegevens wil Joost een plan schrijven om nieuwe plekken te creëren in de wijk, zodat jongeren zich wat meer verspreiden. “Op deze manier hebben ze wel een plek waar ze zich thuis voelen, maar ervaren omwonenden minder overlast.”

Onderzoek in de praktijk?

Of zijn plan ook echt werkt kan Joost nog niet zeggen. “Er is voor deze doelgroep nooit echt specifiek iets ontworpen in de wijk. Uiteindelijk hoop ik dat mijn theorie werkt. Het zou leuk zijn om het onderzoek op te sturen naar de gemeente en te zeggen: ‘Hier heb je gratis werk. Je mag me ook betalen om het uit te voeren.’ Het lijkt me heel tof om na mijn afstuderen dit onderzoek ook echt in de praktijk te brengen.”

Student Joost in jongerencentrum The Mall

Door // Floor Floor Fortunati